uitspraken

 

Up

Verzamelde jurisprudentie

(last updated: 05 juli 2005)

In mijn praktijk heb ik inmiddels een aantal interessante uitspraken verzameld en welke niet allemaal gepubliceerd zijn. Om deze toch toegankelijk te maken voor derden, heb ik ze op deze pagina gezet. Een deel komt van mijn eigen praktijk, een deel komt van andere advocaten die mij op een door hun behaald resultaat wijzen.

1. Artikel 4:6 Awb en nieuw bewijs
    Tevens een uitspraak van de ABRS over toepassing 83 Vw en 4:6 Awb
2. Iran en refugee sur place?
3. Procedures tegen de Raad voor Rechtsbijstand
4. Procedure inclusief schadevergoeding
5. Te behandelen als zijnde in het bezit van een VTV driejaren
6. Geloofwaardigheid? (en een 8:88 Awb herziening)
7. Discriminatie Koerden, onderzoek?
8. Blank & Zwart, Russische & Congolese, artikel 8 EVRM
9. Opvang van minderjarigen in internaat
10. Familiekwestie, bescherming van homosexuelen door overheid
11. Medische problemen: asiel of regulier?
12. VVTV en artikel 29 lid 1 sub d
13. Smeergeld of omkoping, verstrekken verkeerde informatie?
14. Valse documenten en wie ze inbrengt, wel degelijk relevant.
15. Onderzoeken naar echtheid/authenciteit van documenten.

Interessante uitspraken van andere advocaten:
1. driejarentermijn inclusief vier weken na beslissing op bezwaar en individueel ambtsbericht met succes bestreden (7-5-2004)
2. adequate opvang in Angola onvoldoende gegarandeerd, doorstroming in opvang is onvoldoende in kaart gebracht (11-5-2004)
3. Soedan, driejaren, minderjarigheid en taalanalyse, twijfel aan geloofwaardigheid, want engels wordt niet gesproken in Soedan. Rechtbank is het daar niet mee eens (21-7-2004)
4. Schending van artikel 3 EVRM bij toepassing van 1F Vluchtelingenvedrag (1-3-2005)

Artikel 4:6 Awb en nieuw bewijs
Indien men met nieuw bewijs komt in een asielprocedure, waaruit (mogelijk) blijkt dat de eerdere stellingen wel als geloofwaardig en aannemelijk moeten worden aangemerkt, is er de vraag wat dan? Indien men geen lopende procedure meer heeft, uitgeprocedeerd is, kan men een nieuwe aanvraag indienen. De IND weigert in tegenstelling tot vroeger een herzieningsbeslissing te nemen. De aanvraag moet in Ter Apel worden ingediend. Daar wordt dan geoordeeld of er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. De definitie van dit criterium is door de Raad van State zeer eng gedefinieerd, waardoor bewijs dat mogelijk al in de eerdere procedure had kunnen worden overgelegd, niet kan meetellen (volgens mij zal dit nog strijd met artikel 3 EVRM opleveren). Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat slechts originele documenten als nieuw feit of omstandigheid kunnen worden aangemerkt, een kopie volstaat niet.

In het AC oordelen over de echtheid van een dagvaarding:
De vraag is dan wie er oordeelt of er sprake is van een origineel document. Bij een overgelegd arrestatiebevel uit Iran levert dat nu toch tegenstrijdige uitspraken op:

Rb Zwolle, 23 januari 2004, mr. A. Oosterveld: informatie/uitspraken/RbZwolle20040123_1.pdf
Volgens President hoeft er in tegenstelling tot hetgeen is betoogd geen individueel ambtsbericht te komen of anderszins nader onderzoek te geschieden naar de in de procedure overgelegde dagvaarding. Het oordeel van de KMar dat de authenticiteit niet nader kan worden vastgesteld en de opmerkingen van de IND maken dat de dagvaarding niet als novum kan worden aangemerkt (r.o. 2.6). De dagvaarding dateert overigens van na de uitspraak in de eerdere procedure.

Rb Zwolle, 23 januari 2004, mr. W.P.M. Elderman: informatie/uitspraken/RbZwolle20040123_2.pdf
Volgens President dient er wel een individueel ambtsbericht of anderszins nader onderzoek te geschieden naar de in de procedure overgelegde dagvaarding. Omdat de KMar niet over referentiemateriaal beschikt om de authenciteit vast te stellen, is ondanks diverse argumenten van de IND toch nader onderzoek door Buitenlandse Zaken geÔndiceerd (r.o. 4.7). De dagvaarding dateert overigens van (kort) voor de uitspraak in de eerdere procedure, maar van na de beslissing op bezwaar in die eerdere procedure.

Rb Zwolle, 23 januari 2004, mr. W.P.M. Elderman: informatie/uitspraken/RbZwolle20030123_3.pdf
Uit deze uitspraak volgt mogelijk de conclusie dat niet het feit dat de KMar slechts beschikt over beperkt referentiemateriaal doorslaggevend is, want dat was in deze zaak ook weer aan de orde, maar het feit dat er andere redenen waren om aan de authenciteit te twijfelen van de overgelegde originele dagvaarding. Als ik deze dagvaarding vergelijk met andere in andere procedures overgelegde stukken, dan zie ik echter niet op basis waarvan de slechte inktkwaliteit van de stempel, het handgeschreven invullen en de eenvoudige opmaak reeds kunnen leiden tot de conclusie dat het document niet authentiek is. Juist de grote uiteenlopendheid van de in Iran opgemaakte documenten maakt dat die slechts gecheckt kunnen worden aan de hand van de gehanteerde registratiegegevens, hetgeen bij uitstek een taak is die slechts in Iran kan worden verricht.

Wanneer is een nieuw feit nu een nieuw feit? De Afdeling oordeelde dat de geboorte van een kind een nieuw feit kan zijn dat hangende het beroep eventueel met 83 Vw kan worden ingebracht, maar dat leidt niet tot de conclusie dat indien na de asielprocedure in een nieuwe asielaanvraag, nu gebaseerd op de geboorte van dat kind er geen sprake zou kunnen zijn van een nieuw feit in de zin van artikel 4:6, enkel en alleen omdat het ook in de asielprocedure op basis van 83 Vw kon worden meegenomen. (ABRS 12 mei 2003, pdf, 97 Kb))

 

Iran en refugee sur place?
In een uitspraak van 15 januari 2004 heeft de Rechtbank Haarlem nogmaals bekrachtigd dat de in Nederland ontplooide politieke activiteiten kunnen leiden tot de conclusie dat er sprake is van vluchtelingenschap. Voorwaarde is dan wel dat die activiteiten een voortzetting vormen van de activiteiten in het land van herkomst.
informatie/uitspraken/RbHaarlem20040115.pdf (462 Kb)
In deze uitspraak is het van belang dat deze feiten opkomen na het bestreden besluit en dat deze in het kader van artikel 83 Vw worden meegenomen. De IND heeft volstaan met verwijzing naar de eerdere besluiten en daarom is er volgens de Rechtbank sprake van een motiveringsgebrek. Indien, zo stelt de Rechtbank, ook de IND concludeert van voortgezette activiteiten, dan moet men rekening houden met de uitspraak van de Rechtbank Almelo van 27 maart 2003 (LJN: AF8102). In die zaak werd immers gewezen op het opereren van de Iraanse veiligheidsdienst in Nederland en Duitsland, hetgeen gebaseerd is op rapporten van de AIVD en Amnesty International

 

Procedures tegen de Raad voor Rechtsbijstand:
informatie/uitspraken/RB19990721toevoeging.pdf
Rb Den Bosch, 21 juli 1999
In deze procedure was de vraag enerzijds of een advocaat belang heeft bij het verlenen van een toevoeging en anderzijds was de vraag of de formulering "ik maak bezwaar" ook duidt op de rechtzoekende. De Rechtbank oordeelde dat de advocaat geen belang heeft en dat de formulering ook duidt op de rechtszoekende. Of je als advocaat wel of niet betaald krijgt, is dus geen belang dat bij de toevoegingsaanvraag een rol speelt. Als advocaat heb je enkel te maken met de cliŽnt.

informatie/uitspraken/RB20021004_AWB01_2532.pdf
Rb Den Bosch, 4 oktober 2002
In deze procedure werd wederom uitgemaakt dat de advocaat geen belanghebbende is, hetgeen ook in het hoger beroep bij de Raad van State werd bevestigd. Omdat de cliŽnte MOB (werd op het AZC bedreigd en dook onder zonder zich tijdig bij de VD te melden) ging nadat het beroep al wel was aangespannen, maar de gronden nog niet waren ingediend, ontstond er een probleem. Het contact verliep telefonisch en de gronden werden ingediend (moest wel ivm termijn), zonder dat alsnog een kopie van het W-document was verkregen, of een Verklaring omtrent Inkomen en Vermogen was afgegeven. Het contact raakte daarna definitief verbroken en de toevoeging werd geweigerd. Het financieel risico wordt derhalve door zowel de Raad voor Rechtsbijstand, de Rechtbank en de Raad van State bij de advocaat gelegd, zonder dat die daartegen beroep kan instellen. Als gevolg hiervan wil ik nu steeds een kopie van het nieuwe W-document, ook als ik het nog niet nodig heb, en wil tevens dat de asielzoeker een verklaring omtrent inkomen en vermogen invult en ondertekent. Leve de bureaucratie?

 

Procedure inclusief schadevergoeding:
(Iran, gezinsleven, driejarenbeleid, onvolledig procesdossier)
In deze procedure zijn er twee beroepen gegrond verklaard. De vrouw is eerst aangekomen met twee kinderen (5-10-1994) en de man is later gekomen met derde kind (4-2-1995). In deze zaak is uiteindelijke met terugwerkende kracht een driejaren-VTV verleend, als gevolg waarvan een schadevergoeding is gevraagd, welke eerst is afgewezen en na gegrondverklaring bij de Rechtbank, alsnog (deels) toegekend en na een nieuw besluit (eerst nog allerlei betalingsbewijzen overleggen) uiteindelijk betaald in april 2003.
informatie/uitspraken/RB20020624iran.pdf (schadevergoeding, Rb Den Bosch 24-6-2002)
... (gegrond, Rb Den Bosch 19 november 1998)
informatie/uitspraken/RB19980202iran.pdf (gegrond, dossier onvolledig, Rb Den Bosch 2-2-1998)

 

Te behandelen als zijnde in het bezit van een VTV driejaren:
informatie/uitspraken/AWB00_2379_vv_20000531_vtv3jaren.pdf
Rb Den Bosch, 31 mei 2000, Rusland
Dit is mijn grootste kater ooit geworden. Ondanks de naar mijn mening duidelijke bewoordingen van deze Rechter, die ook al het eerdere beroep in de procedure behandeld had, heeft later een andere rechter in beroep op weer een afwijzende beslissing van de IND, alsnog geoordeeld dat er helemaal geen sprake was van driejaren tijdsverloop, want in de aanvraag (12-6-1996) zelf stond niet letterlijk vermeld: klemmende redenen van humanitaire aard. Dat dit uit alle stukken verder wel duidelijk was, inclusief het proces-verbaal zoals dat bij de aanvraag destijds door de Vreemdelingendienst was opgemaakt, deed daar volgens de rechter niet aan af. Deze zaak ligt nu bij een andere advocaat en er is nog steeds geen definitief resultaat, voor zover bekend.
informatie/uitspraken/CvB20001101AWB00_571.pdf
College van Beroep voor het Bedrijfsleven, 1 november 2000, inschrijven als werkzoekende
Een vereiste voor het krijgen van een Bijstandsuitkering, is dat men ingeschreven staat als werkzoekende. CliŽnte van hiervoor wilde werken en tot die tijd een uitkering krijgen om van te kunnen leven. Het arbeidsbureau weigerde echter haar in te schrijven als werkzoekende, want "behandelen als zijnde in het bezit van een veblijfsvergunning" is niet hetzelfde als een document bezitten waaruit blijkt dat zij een verblijfsvergunning heeft...

informatie/uitspraken/AWB02_48039_vv_20021210_kameroen.pdf
Rb Rotterdam, 12 december 2002, Kameroen
Net als in de vorige zaak bleek de tekst "te behandelen als zijnde in het bezit van een verblijfsvergunning" toch weer op problemen te stuiten bij de gemeente (bijstandsuitkering), het arbeidsbureau (inschrijven als werkzoekende), de belastingdienst (sofi-nummer) en de sociale verzekeringsbank (kinderbijslag) te stuiten. Werd in de vorige zaak door de gemeente nog wel soepel omgegaan met dit probleem, hier volgden weer een hele set aan nieuwe procedures (die overigens zijn ingehaald door het feit dat de IND nu alsnog een vtv driejarenbeleid heeft afgegeven, mede op basis van TBV 2003/7). Hieraan hangen uiteraard ook bodemprocedures aan vast, welke ik niet aan U wil onthouden. Nog kan worden opgemerkt dat in de periode januari-mei er weer discussie optrad over de beschikbaarheid van adequate psychomedische behandeling in Kameroen. De IND bleef het standpunt handhaven dat die er wel was, gebaseerd op een verklaring van SOS-International. Dezerzijds werd met behulp van Artsen Zonder Grenzen en de W.H.O. betoogd dat die hulp er niet is, althans zeker niet toegankelijk en adequaat (vereiste medicijnen beperkt beschikbaar)
informatie/uitspraken/AWB02_11511_beroep_20021210_kameroen.pdf (Rb Rotterdam, 12 december 2002)
De vrouw is nagereisd (9-6-1998 in NL), Dublin claim Frankrijk, asiel afgewezen. Nu aanvraag medisch/humanitair: PTSS, medicatie ivm psychische nood (29-1-1999). In 2003 VTV gekregen met terugwerkende kracht.
informatie/uitspraken/AWB02_48042_beroep20021210_kameroen_f.pdf (Rb Rotterdam, 12 december 2002)
De man, sinds 23-7-1994 in Nederland, heeft tweemaal asiel aangevraagd. In tweede procedure toegegeven dat hij in de eerste procedure niet geheel de waarheid had verteld. Met verklaring van SDF onderbouwd, maar weer afgewezen. Nu aanvraag medisch/humanitair: PTSS, medicatie ivm psychische nood (14-6-1999). In 2003 VTV gekregen met terugwerkende kracht.

 

Geloofwaardigheid?
informatie/uitspraken/AWB01_18801_vv_20020529_details.pdf
Rb Utrecht, 29 mei 2002, Azerbeidzjan
In deze procedure is er sprake van het experiment nader gehoren. De asielzoeker werd in de gelegenheid gesteld zelf zijn asielrelaas op te schrijven, waarna een nader gehoor werd gehouden. Tegengeworpen werd dat de asielzoeker op bepaalde punten vaag zou zijn gebleven en daarom niet geloofwaardig. Hetgeen verteld is, is volgens de Rechtbank echter in overeenstemming met hetgeen bekend is en de rest (vele details) kan niet zonder nader onderzoek worden tegengeworpen.
Deze procedure is in de bezwaarfase alsnog aan een zogenaamd 1F onderzoek onderworpen. Na het verstrijken van de driejaren is beslist in bezwaar en is wegens de 1F tevens een contra-indicatie tegengeworpen voor wat betreft de driejarenclaim. Op het voorblad van de beschikking wordt expliciet vermeld dat niet zal worden uitgezet naar het land van herkomst vanwege mogelijke schending van artikel 3 EVRM, maar toch wordt aangezegd Nederland te verlaten. Tegen deze beslissing is in oktober 2003 bezwaar en beroep aanhangig gemaakt.

informatie/uitspraken/RbDenHaag_19990429.pdf
Rb Den Haag, 29 april 1999, Irak
Het betreft een herziening op basis van artikel 8:88 Awb van een AC-procedure die negatief afliep omdat men niet wilde geloven dat de mensen in kwestie wel afkomstig waren uit Zakho. De redenering van de IND was dat uit het ambtsbericht bleek dat er geen Armeens Christenen meer waren in Zakho, maar meer nog dat deze mensen wel Armeens Christenen waren uit Zakho. Ze wisten volgens de IND te weinig over hun geloof en over Zakho, spraken volgens de IND de verkeerde taal om daar te kunnen overleven.
Met behulp van reeds tot Nederland toegelaten Iraki's uit Zakho die wilden getuigen, welke personen overigens tot na de getuigenis geen contact hebben gehad met de asielzoekers, kon het ťťn en ander worden bewezen. Tijdens de zitting bleek overigens dat door ťťn van de getuigen ook nog een oude foto was opgediept waarop de dochter van dit gezin stond, in het huis van de getuige in Zakho. Op andere foto's van de getuige wisten de asielzoekers aan te duiden wie wie was, zo ondermeer de voorganger van de lokale Armeense kerk die in het koerdisch de kerkdienst deed.
Deze mensen hebben dus ongelooflijk veel geluk gehad dat er alsnog bewijs op tafel kwam, maar het is wel typerend dat de IND zo gemakkelijk de geloofwaardigheid van asielzoekers in twijfel kan trekken. Het gebrek aan kennis blijkt hieraan debet.

 

Discriminatie Koerden, onderzoek?
informatie/uitspraken/RB20000117moldavie.pdf
Rb Den Bosch, 17 januari 2000, MoldaviŽ
In deze zaak is uiteindelijk een VTV humanitair afgegeven en is kort daarna tot Nederlanderschap genaturaliseerd. Hierbij werd eerst nog tegengeworpen dat aangetoond moest worden dat afstand was gedaan van de Moldavische nationaliteit. Het betreft hier de zaak waar in een uitspraak (AC-procedure) op een verzoek om een voorlopige voorziening (2-8-1995), een eerste keer een oordeel is geveld over de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, er was met een Frans visum ingereisd. In 1996 wordt toegezegd nader onderzoek te doen naar de positie van Koerden, maar nergens blijkt uit dat zulks een onderzoek ook daadwerkelijk is gedaan.

 

Blank & Zwart, Russische & Congolese, artikel 8 EVRM
informatie/uitspraken/AWB00_74062_beroep_20020311_congo_rusland.pdf
Rb Den Haag, 11 maart 2002, Rusland en Congo-Brazzaville
Door de IND werd geoordeeld dat de man terug kon naar Congo en de vrouw terug naar Rusland. Over het gemeenschappelijk kind, noch over artikel 8 EVRM werd een oordeel geveld, want volgens de IND geen positieve verplichting. Rechtbank oordeelde dat er in deze zaak wel een objectieve belemmering was voor uitoefening van het gezinsleven. Ook dit was een oude AC-zaak. Zij zijn in 2002 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning om humanitaire redenen.

 

Opvang van minderjarigen in internaat
informatie/uitspraken/AWB01_66074_beroep_20021219_georgie_opvang.pdf
Rb Haarlem, 31 december 2002, GeorgiŽ
Door de IND werd geoordeeld dat nu er al eerder verblijf was genoten in een internaat, aangetoond was dat er afdoende opvang was. Sprake van mensenhandel, volgens de IND commuun delict, taak van Georgische overheid. Daarnaast onderzoek naar herkomst gefrustreerd. AMA-beleid getoetst door de Rechtbank. Van een 14-jarige mag en kan niet worden verwacht dat meer informatie wordt gegeven. Onderzoekstaak IND. In 2003 is de verblijfsvergunning voortgezet verblijf afgegeven (is inmiddels meerderjarig).

 

Familiekwestie, bescherming van homosexuelen door overheid
informatie/uitspraken/RB20010426syrie.pdf
Rb Den Haag, 9 april 2001, SyriŽ
De asielzoeker geeft aan dat er problemen zijn ontstaan doordat zijn broer een "fatwa" heeft uitgesproken omdat men erachter is gekomen dat hij homosexueel geaard is. Deze door de famile als een "schande" ervaren ontwikkeling kan alleen maar door zijn dood worden uitgewist en het is de taak van zijn broer om die dood te bewerkstelligen. De IND geeft aan dat er geen actief vervolgingsbeleid is tegen homosexuelen, dus dat er bescherming gevraagd kan worden bij de Syrische autoriteiten. In de Syrische wet wordt homosexualiteit echter nog wel strafbaar gesteld. Ook dit is weer een toewijzende beslissing in een AC-procedure. De zaak is nog aanhangig, in april 2003 is een hoorzitting gehouden in de oude bezwaarprocedure en inmiddels is het bezwaar afgewezen. Een beroepschrift is in augustus 2003 bij de Rechtbank ingediend.

 

Medische problemen: asiel of regulier?
informatie/uitspraken/RB20021219armenie.pdf
Rb Dordrecht, 19 december 2002, ArmeniŽ
Op 15 augustus 1999 vraagt dit etnisch gemengd echtpaar asiel aan. In Nederland blijkt de man intussen zeer ernstige nierinsufficiŽntie te hebben. Nierdialyse is noodzakelijk. Later volgt ook een niertransplantatie (eind 2002). Verdere medische behandeling blijft echter noodzakelijk. IND stelt zich op het standpunt dat de ziekte al in ArmeniŽ aanwezig geweest moet zijn, wat volgens deskundigen hier onwaarschijnlijk is, geen kans om te overleven zonder de juiste behandeling. Verder stelt de IND dat gelet op het feit dat ook tegen hoge bloeddruk medicijnen verkregen kon worden, behandeling voor de nierproblemen dus ook mogelijk moet zijn. Door het echtpaar wordt aangegeven dat zelfs die zelfhulpmedicijnen al moeilijk te krijgen waren en dat de nu nodige behandeling niet verkregen kan worden ivm de etnisch gemengde situatie.
De Rechtbank oordeelt dat artikel 3 EVRM hier getoetst kan en moet worden onder de b-grond. Dat het ontberen van de vereiste medische behandeling gezien kan worden als schending van artikel 3 EVRM.
Inmiddels is een verblijfsvergunning verleend.

 

VVTV en artikel 29 lid 1 sub d
informatie/uitspraken/RbZwolle031003AWB00_5619.pdf
Rb Zwolle, 3 oktober 2003, Irak
Op 17 december 1996 is asiel aangevraagd. Op 24 september 1998 wordt met terugwerkende kracht vanaf 17 december 1997 een VVTV afgegeven. Bij beslissing van 11 februari 1999 wordt die weer ingetrokken, waartegen bezwaar wordt gemaakt. Dit bezwaar wordt afgewezen en op 30 april 2000 wordt beroep ingesteld. Op 14 mei 2003 wordt de beschikking ingetrokken en een nieuwe beslissing genomen op bezwaar inhoudende dat nu op basis van artikel 29 lid 1 sub d een verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van 25 november 2002.
Ondanks dat de beschikking van 5 april 2000 is ingetrokken, wordt deze toch vernietigd, samen met de beslissing van 14 mei 2003. Volgens de rechtbank is in strijd gehandeld met artikel 6:19 Awb, omdat het bezwaar wederom is afgewezen op dezelfde gronden zonder nadere motivering waarom.

 

Smeergeld of Omkoping
informatie/uitspraken/RbBreda20050304smeergeld.pdf (209 Kb)
Rb Breda, 4 maart 2005, Turkije
Sedert eind 1999 in Nederland. Op 7 juni 2000 verzocht om een verblijfsvergunning gezinsvorming. Op 4 juli 2000 in het bezit gesteld van de gevraagde verblijfsvergunning. Verkenging per 21 juli 2001 ingewilligd. Op 10 september 2004 besluit tot intrekking omdat onjuiste gegevens zouden zijn verstrekt dan wel gegevens achtergehouden. In het dossier bevinden zich niet de vereist documenten, waaraan de conclusie is verbonden dat ze er nooit zijn geweest, dat de ambtenaar destijds de verblijfsvergunning ten onrechte heeft verstrekt.
Volgens Rechtbank eerder vragen omtrent de integriteit van de desbetreffende ambtenaar dan dat cliŽnt gegevens heeft achtergehouden of onjuiste gegevens heeft verstrekt. Artikel 8 EVRM wel in geding nu een verblijfsvergunning wordt ingetrokken. De beschikking is derhalve op twee punten vernietigd: onjuiste grondslag voor intrekking en onjuist oordeel over 8 EVRM.

 

Documenten met tekenen van vervalsing (of aanpassing)
informatie/uitspraken/RbDB20050412.pdf (262 Kb)
Rb Den Bosch, 12 april 2005, Iran
CliŽnt is sinds november 1999 in Nederland. Zijn asielprocedure is in beroep op 27 april 2004 al eens gegrond verklaard. Diende wel geloofwaardig/aannemelijk te worden geacht.
CliŽnt belandt intussen in een strafrechtelijke procedure waar hij wordt beschuldigd van mensensmokkel e.a. misdrijven. In dat onderzoek stuit men op zijn documenten die allerlei aanpassingen lijken te vertonen, kleine verschillen in naam en geboortedata. Die documenten zijn niet in de asielprocedure ingebracht. Door de IND wordt tijdens de hoorzitting cliŽnt plotseling met die documenten geconfronteerd. Uiteindelijk wordt besloten beroep te doen op het zwijgrecht.
De IND wijst verzoek asiel wederom af, wegens ongeloofwaardigheid, want valse documenten en dus positieve overtuigingskracht vereist.
Rechtbank oordeelt dat nu die niet door de asielzoeker in de asielprocedure zijn ingebracht, artikel 31 lid 2 sub d niet kan worden toegepast. Ook verder geen afdoende reden om te komen tot ongeloofwaardigheid.

 

Documenten die op echtheid worden onderzocht
informatie/uitspraken/RbArnhem20050701.pdf (160 Kb)
Rb Arnhem, 1 juli 2005, Iran
De onderzoeksmethode van de KMar is onvoldoende inzichtelijk. President verzoekt inzage in de onderliggende stukken en wijst verzoek toe. Het betreft hier een AC-procedure in een herhaalde aanvraag. Volgens de KMar komen de ingebrachte stukken (in origineel) niet overeen met de voor die documenten gebruikelijke. Er is in beroep uitvoerig betoogd dat de gehanteerde onderzoeksmethode niet deugt en nimmer tot de genomen conclusies kan leiden.

 

Interessante uitspraken van andere advocaten:

informatie/uitspraken/RbHaarlem20040507.pdf (315 Kb)
Rb Haarlem, 7 mei 2004, Turkije, tweeledige uitspraak: asiel en regulier!
Driejarenbeleid: tellen van de relevante termijn tot vier weken na beslissing op bezwaar
In casu was op 17 november 1999 asiel aangevraagd en is het bezwaar van 23 mei 2000 op 6 november 2002 ongegrond verklaard. Op 3 december 2002 is beroep ingesteld. Op de brief van 18 november 2002 om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning op basis van het driejarenbeleid werd op 25 november 2002 afwijzend gereageerd, waartegen bezwaar werd gemaakt en welk bezwaar op 3 februari 2003 ongegrond is verklaard. Op 13 februari 2003 is hiertegen beroep ingesteld.
Individueel ambtsbericht met succes bestreden
In casu was een deel van de onderliggende stukken geheim gehouden, waartegen bezwaar werd gemaakt. De Rechtbank vond beperkte kennisname gerechtvaardigd en vervolgens gaf gemachtigde geen toestemming om op basis van de onderliggende stukken het individueel ambtsbericht te beoordelen. De Rechtbank ging derhalve uit van de juitsheid van het ambtsbericht. Door eiser werd er echter op gewezen dat een bepaald stuk, een verklaring waaruit zou blijken dat eiser werd gezocht, niet in het onderzoek was meegenomen. Uit het ambtsbericht kon inderdaad niet worden afgeleid dat dit stuk was meegenomen en derhalve kon niet meer worden volstaan met de conclusie dat dit extra stuk geen verschil zou uitmaken. Het onderzoek was om die reden onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

Met dank aan mr. G.E.M. Later en de Rechtbank Haarlem, voor de heldere formuleringen.

informatie/uitspraken/RbMiddelburg20040511.pdf (198 Kb)
Rb Middelburg, 11 mei 2004, Angola, adequate opvang niet afdoende aangetoond
Verblijf in het weeshuis van Mulemba is slechts van tijdelijke aard, terwijl in de Vc 2000 en TBV 2003/64 uitgegaan wordt van gegarandeerde opvang tot de meerderjarigheid. De doorstroming is in tegenstelling tot hetgeen de IND zegt onvoldoende gegarandeerd, en er had in de ambtshalve toets moeten worden meegenomen waar naartoe de daadwerkelijke overplaatsing zou gaan plaatsvinden hetgeen nu is nagelaten, dus in strijd met 3:2 en 3:46 Awb.

informatie/uitspraken/RbBreda20040721Soedan.pdf (427 Kb)
Rb Breda, 21 juli 2004, Soedan, twijfel aan kwaliteit taalanalyse want Engels volgens andere rapporten wel in Soedan gesproken, in ieder geval in het verleden. Daarom ten onrechte twijfel aan geloofwaardigheid, daarom ten onrechte driejarenbeleid niet toegepast en ten onrechte twijfel aan identiteit en leeftijd en ten onrechte frustreren onderzoek naar adequate opvang tegengeworpen.
Overigens wordt in deze uitspraak wel wat slordig omgegaan met de tekstverwerker. Zo staat er meerdere malen Angola in plaats van Soedan en ook nationaliteit en identiteit worden niet even consequent gescheiden. Verder een mooie uitspraak en helder aangaande de taalproblematiek van (zuid)Soedanezen en de inzet van taalanalisten.

informatie/uitspraken/RbAdam20050301.pdf (164 Kb)
Rb Amsterdam, 1 maart 2005, Afghanistan, mogelijke schending van artikel 3 EVRM moet worden getoetst. Poging van de IND om de rechtsgevolgen in stand te laten, falen. De Rechtbank motiveert uitvoerig waarom het aan de IND is om hier te komen met een nieuwe beslissing. Het ťťn en ander volgt ook uit de Afdelingsuitspraak van 2 juni 2004 waarbij is bepaald dat voldoende motivering moet worden gelegd bij de toets aan artikel 3 EVRM aangezien die een andere (en absolute) norm bevat dan het Vluchtelingenverdrag.
De Rechtbank meent dat het niet aan haar is om het werk van de IND te doen, nog los van de procedurele complicaties die dat geeft.