China

 

Up
informatie
ABRS
uitspraken
MK R'dam
reizen

Verzamelde informatie

(last updated: 16 juni 2005)

Oeigoeren krijgen nu ook asielstatus (mei 2005)

Tibetanen krijgen  eenvoudig asielstatus (januari 2005).

Zonder zicht op (bevredigende) opvang wordt niet tot uitzetting van minderjarigen overgegaan, aldus de IND (januari 2005)

Een "29b"-status bij geestelijke handicap en geen opvang in familie (januari 2005)

Eisen voor een laissez-passer ontbloot met dank aan INLIA (december 2004)

IND geeft alsnog verblijfsvergunning voortgezet verblijf af aan Chinese ex-AMA (juli 2004)

Meer concrete informatie over de Social Bring Up Fee (SBF) (juni 2004)
Voor het eerst concrete informatie voor Beijing en Zhejiang

Kennis IND tijdens hoorzitting (1 december 2003)

Notitie Chinese minderjarige asielzoekers (14 september 2003)

Nieuwe trends beslissingen bij Rechtbanken (mei 2004)

Uitspraak Meervoudige Kamer Rechtbank Rotterdam (20 januari 2004)

Speciaal driejarenbeleid, IND-beslissing (29 januari 2004 en 30 januari 2004)

Beschikken door IND bij zeer jonge Chinese alleenstaanden (december 2003 en mei 2005)

Appelschrift inzake Chinese minderjarige asielzoekers (bijgewerkt december 2003)

Overige stukken ivm China

Oeigoeren krijgen nu ook asielstatus
Kennelijk in navolging van de Tibetanen wordt met een gelijkaardige redenering door Rechtbanken bij een geloofwaardig asielrelaas alsnog mogelijke schending van artikel 3 EVRM aangenomen, indien er sprake is van langdurig verblijf buiten China, asielaanvraag in Nederland en er dus kans is voor verhoogde aandacht bij terugkeer. Een recente beslissing van de IND lijkt die richting op te duiden (53 Kb, pdf). Op basis van artikel 29 lid 1 sub b is een asielstatus verleend en is tevens de rest van het gezin toegelaten (58 Kb, pdf).
Voor de IND lijkt de geloofwaardigheid een doorslaggevend element te zijn. In de periode december 2004 tot mei 2005 zijn er door mij begeleid drie Oeigoerse zaken in herhaalde aanvraag naar Ter Apel gegaan. De eerste zaak werd ondersteund door Amnesty International, samen met verklaringen van enkele grote namen uit de Oeigoerse oppositie. In de tweede en derde zaak was via door mij ingezet onderzoek in China achterhaald dat er sprake was van verhoogde aandacht voor nummer 2 en voor nummer 3 zelfs een arrestatiebevel ivm met seperatistische activiteiten. Nummer 3 kreeg echter wel een negatieve beschikking in het AC en daarvan diende op 20 mei het beroep bij de Rechtbank in Arnhem.
In de procedure van nummer 3 is verwezen naar de andere twee en daar volgde een reactie van de IND. Bij nummer twee zou sprake zijn van Oezbeekse etnische afkomst, hetgeen reden vormde om na het voornemen toch OC te sturen en bij nummer 1 lidmaatschap van het Uyghur World Congres. Toch is bij nummer 1 geen vluchtelingenstatus, maar een asielstatus op de b-grond verleend. Het lijkt er dan ook op dat gepoogd wordt om via omwegen alsnog tot afwijziging te komen.
Bij zaak nummer 3 werd verder betoogd dat het gebruik van het arabisch schrift in een kopie oproeping van de zijde van de overheid, ingevolge het ambtsbericht (pg 69) niet mogelijk is, het arabisch schrift zou al vele jaren geleden afgeschaft zijn. De IND kon ter zitting echter niet uitleggen waarom op de Chinese ID-card en op Chinees geld dan nog wel het arabisch schrift te vinden is (zie hieronder)

Chineesbriefgeld1RMBachterkant.jpg (120674 bytes) Chineesbriefgeld1RMBvoorkant.jpg (114807 bytes)

Chineesbriefgeld2RMBachterkant.jpg (193833 bytes) Chineesbriefgeld2RMBvoorkant.jpg (152866 bytes)

Zelfs op het nieuwste geld staat er nog arabisch schrift:
Chineesbriefgeld1RMBnwvoorkant.jpg (147367 bytes) Chineesbriefgeld1RMBnwachterkan.jpg (133230 bytes)

Ook werd nog betoogd dat het in China verrichte onderzoek onduidelijk is. Men had geen inzage gekregen in de gehanteerde onderzoeksmethode. Het aanbod dat deze onderzoekers in China zich tot de Nederlandse vertegenwoordiging willen wenden om daar tekst en uitleg te geven is genegeerd. Dezerzijds is betoogd dat het niet de bedoeling is dat de informatie over de onderzoekers vrij beschikbaar komt, omdat de onderzoekers dan ook gevaar lopen.

Tibetanen komen eenvoudig voor vluchtelingenstatus in aanmerking.
Gelet op recente beslissingen, van de zijde van de Rechtbank en de zijde van de IND (zie o.a. 57 Kb, pdf), blijkt dat indien het asielrelaas geloofwaardig is, maar onvoldoende zwaarwegend om tot aannemelijkheid van vervolging over te gaan, wordt toch nog snel een asielverblijfsvergunning verleend, enerzijds op basis van artikel 29 lid 1 sub a en anderzijds op basis van 29 lid 1 sub b. Bij het niet volgen van de juiste procedures bij uitreis kan een Tibetaan in ernstige problemen komen bij terugkeer. Op 3 mei 2005 werd in een op 1 oktober 2004 gegrond verklaard beroep alsnog een 'b' status verleend (54 Kb, pdf). Een andere Tibetaan die om die reden een herhaalde aanvraag had ingediend, heeft met wat moeite ook weer een 'OC'bepaling gekregen en de verwachting is dat ook hier snel een status gaat volgen. Ook van andere rechtshulpverleners worden gelijke geluiden gehoord.

Het verdient verder aandacht te zien dat een gelijkaardige trend schijnt op te duiken in zaken van Oeigoeren. In Februari verklaarde de Rechtbank twee zaken gegrond. In één zaak heeft de IND weer de zaak afgewezen en ligt de zaak weer bij de Rechtbank. In drie andere zaken is een herhaalde aanvraag ingediend. Eenmaal met een Amnesty rapprt, tweemaal met een onderzoeksrapport uit China waaruit bleek dat ze gezocht worden. (zie ook hierboven)

Zonder zicht op (bevredigende) opvang wordt niet tot uitzetting van minderjarigen overgegaan, aldus de IND:
In AC-Schiphol zaak die op 11 januari 2005 is behandeld bij de Rechtbank Haarlem (AWB 05/87, 187Kb pdf), heeft de IND aangegeven dat zij niet tot uitzetting overgaan dan nadat overleg heeft plaatsgevonden met de Chinese autoriteiten over de mogelijkheden van opvang van de betreffende minderjarige (r.o. 2.16).
Dit is opvallend, alleen al maar omdat dit onderwerp zo gevoelig ligt bij de Chinese autoriteiten. Je kunt niet zomaar telkenmale over dit onderwerp praten met de Chinezen. Vermoedelijk vindt er wel overleg plaats, dat is nodig om een Laissez-Passer te krijgen, maar over concrete opvang, dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. Daarover zou men minstens met de lokale autoriteiten contact moeten hebben en de vraag is dan hoe dat thans verloopt. Toegegeven, de laatste tijd kan over meer onderwerpen gepraat worden en met meer verschillende mensen, maar het betreft hier formeel overleg op overheidsniveau, althans die suggestie wordt gewekt.

Het lijkt mij dan ook van groot belang hiernaar door te vragen. Wanneer en op welke wijze vindt dat overleg plaats, wie is de gesprekspartner, iemand van de Chinese Ambassade alhier, van het Nederlands Consulaat in China, of iemand van de Chinese autoriteiten in Beijing of lokaal? Gaat dat via een Foreign Affairs Office, of wordt dit met de lokale PSB, het lokale "politiebureau" gevoerd? Wie oordeelt er verder wat "(bevredigende) opvang" is? Wijkt dit af van adequate opvang? Wat zijn de criteria?

Tot slot wil ik iedereen oproepen om informatie over dit fenomeen aan mij door te geven. Ik kan dan proberen het één en ander na te gaan via mijn contacten. Probeer in volgende zaken met Chinese minderjarigen op dit punt zoveel mogelijk door te vragen en de IND onder druk te zetten.

Een "29b"-status bij geestelijke handicap en geen opvang in familie:
Op 4 januari 2005 beslist de IND om een b-status te verlenen aan een Chinese omdat er sprake is van een geestelijke handicap en er geen opvang mogelijk is in de familie. Belangrijk is de passage die in de minuut (88 Kb, pdf) staat aangegeven (afgeleid uit het BMA-rapport):
"Uitgaande van de beschikbare informatie m.b.t. de therapiemogelijkheden in China wordt geconcludeerd dat mensen met een geestelijke handicap in het algemeen door familie worden opgevangen. Instituten zoals begeleid of beschermd wonen zijn in China niet aanwezig.
Alvorens betrokkene het land dient te verlaten moet er zekerheid zijn dat zij goed en adequaat opgevangen en verzorgd kan worden bij familie die de bereidheid heeft betrokkene levenslang te verzorgen. Er is niet direct sprake van een medische noodsituatie, doch is de kans aanwezig dat betrokkene in een situatie terechtkomt die zij niet kan overzien en begrijpen aangezien zij niet in staat is zelfstandig te functioneren.
Uit het dossier blijkt dat de moeder van betrokkene overleden is en dat zij door haar pleegmoeder is achtergesteld, mishandeld en vernederd. Uit het dossier blijkt niet dat betrokkene nog andere familieleden heeft."

Opvallend is verder dat de beslisser het advies van de GCPV naast zich neerlegt. Die adviseerde om de zaak ook nog aan de Afdeling Uitvoering en Beleid voor te leggen. Volgens de beslisser is dat niet nodig omdat an de voorwaarde voor verlening wprdt voldaan (Vc B3/3.3 onder c).

Eisen voor het verkrijgen van een Chinese laissez-passer, volgens de overzichtslijsten van de IND:
Deze lijsten zijn door de IND geheim gehouden en ook nu nog is niet de volledige informatie prijsgegeven. INLIA werkt er verder hard aan, maar de uitspraak van de Rechtbank van 19 november 2004 in een WOB-procedure heeft er voor gezorgd dat de onderstaande informatie alvast beschikbaar is geworden. De oude gegevsn van 2000 zijn nu tevens opgenomen. De conclusie is momenteel dan ook dat indien geen ID-nummer beschikbaar is, de persoonsgegevens nagenoeg niet via de Ambassade zullen en kunnen worden nagetrokken. Dat kost ook veel teveel tijd, want dan dient met lokaal het een en ander te gaan raadplegen. Alleen de ID-nummers zijn via het centrale computersysteem te raadplegen blijkt. Daarenboven blijkt dat het enkele maanden duurt om zelfs met die informatie de gegevens te traceren. Enkel indien een kopie van een ID-document wordt ingebracht, kan men dat sneller afhandelen (op een hukou kan ook het ID-nummer staan). Uit eigen ervaring weet ik dat bij een rechtstreekse benadering het drie tot vier weken duurt om persoonsgegevens te checken, en dan op basis van volledig adres. Als de gegevens echter niet volledig zijn, is het nagenoeg onbegonnen werk omdat het computersysteem geen zoekmogelijkheden biedt op naam en geboortedatum en omdat nog niet alle gegevens zijn ingevoerd.
LP-vereisten 2004: China_lp2004.pdf
LP-vereisten 2000: China_lp2000.doc

IND geeft alsnog verblijfsvergunning voortgezet verblijf af aan Chinese ex-AMA:
Betreft een asielaanvraag van 29 maart 1999. Asiel afgewezen maar de Chinese minderjarige, geboren op 1 april 1984 krijgt een AMA-vtv. Die wordt verlengd tot 30 maart 2002. Op 8 januari 2002 wordt de voortgezet verblijf aangevraagd, want wordt dat jaar 18 jaar oud. Die aanvraag wordt afgewezen op 13 augustus 2002. Een hele procedure volgt en zonder hoorzitting wordt alsnog de aangevraagde verblijfsvergunning afgegeven. Zie ook bijgevoegde beschikking (68 Kb, pdf).

Nieuwe trends beslissingen bij Rechtbanken:
Sinds dit jaar zijn diverse positieve beslissingen te signaleren aangaande Chinese minderjarigen. Niet dat de Rechtbanken nu denken dat er geen adequate opvang is in China, maar men ziet nu wat meer redenen om de IND niet zomaar haar zin te geven. De lat die vorig jaar nog laag lag, is nu zeker als het gaat om zorgvuldigheid een stuk hoger gelegd. Zo besliste de Rechtbank Den Haag op 12 maart 2004 dat uit de uitspraken van de Raad van State niet kan worden afgeleid dat er wel adequate opvang is voor 16 tot 18 jarigen en dat zulks ook niet blijkt uit de ambtsberichten. De IND is in hoger beroep gegaan.
Verder besliste de Rechtbank Middelburg op 26 maart 2004 en op 10 mei 2004 dat nu uitgegaan moet worden van een geloofwaardig asielrelaas, want daarover zei de IND niets, uit het asielrelaas reeds blijkt dat er in dat individuele geval geen sprake is van een sociaal vangnet, dus geen adequate opvang en dat de IND dan niet meer met verwijzing naar de ambtsberichten kan volstaan.
Op 18 mei 2004 beslist de Rechtbank Den Haag dat gelet op de jonge leeftijd de IND het onderzoek naar de asielmotieven beter had moeten doen en onvoldoende gemotiveerd heeft op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat het adresonderzoek (individueel ambtsbericht) zou zijn gefrustreerd door het handelen van de asielzoeker.
De Rechtbank Arnhem oordeelde op 21 april 2004 dat de feitelijke verwijderingsmogelijkheden onlosmakelijk verbonden zijn met de beslissing om een verblijfsvergunning te onthouden en gelet op de minderjarigheid van de vreemdelinge, diende de IND meer onderzoek te doen, hetgeen nu geheel was nagelaten. Het één en ander diende in perspectief van berichten van het IOM te worden geplaatst, aangaande de voleldige onduidelijkheid over de wijze waarop (ongedocumenteerde) chinezen terug zouden moeten kunnen keren.
Ook voor Tibetaanse asielzoekers geldt hetzelfde, indien het asielrelaas geloofwaardig wordt geacht, is het al snel aannemelijk geacht dat er wel vrees is voor vervolging en mogelijke schending van mensenrechten en dat heeft dan al weer geleid tot statusverlening door de IND.

Enkele antwoorden op vragen ivm gezin met drie in Nederland geboren kinderen (april 2004):
In 1995 komt een gezin met één kind uit Zheijiang, China naar Nederland. De vrouw blijkt tevens zwanger van een volgend kind en is om die reden ook uit China gevlucht, zij vreest tot abortus te worden gedwongen. In Nederland wordt dit kind geboren (1996) en daarna volgen er nog twee (1997 en 1999). Ondanks verzoek daartoe krijgen zij geen status in de pardonregeling, ook niet discretionair. Stelling: zij kunnen niet terug.
Op gestelde vragen kwamen de eerste antwoorden. Naast de vraag omtrent de identiteit, speelt de vraag omtrent de compensation fee, die per kind enkele jaarsalarissen kan bedragen. In in het ontvangen antwoord wordt duidelijk gemaakt dat die in dit geval ook zal worden geheven, iets waar het ambtsbericht over zwijgt. De vraag is dan of van dit gezin, indien zij al in het bezit van de vereiste papieren kunnen worden gesteld, in redelijkheid verlangd mag worden dat zij terugkeren naar China. Indien de Social Compensation Fee, ook wel Social Bring Up Fee (SBF) genoemd, niet wordt betaald, kunnen de kinderen ook niet worden geregistreerd, met alle gevolgen van dien. Volgens een verdere reactie worden de ouders niet in de gevangenis gezet, noch worden de kinderen gestraft, maar de ouders kunnen nog wel met andere aansprakelijkheden worden geconfronteerd. Of de kinderen niet slecht behandeld worden, kon noch ontkend noch bevestigd worden, dat vergt nader onderzoek hetgeen geld kost.

Zo bleek dat op basis van artikel 3 van de Administration Measures on Collection of Social Bring Up Fee, uitgevaardigd door de State Council, dat de Provinciale autoriteiten de hoogte van die boete vastleggen op basis van het gemiddeld jaarinkomen, onderscheidenlijk voor stadsmensen en plattelandsmensen. In Beijing schijnt de boete voor een eerste kind tussen de 3 tot 10 keer het jaarinkomen van een persoon van de lokale bevolking te bedragen en voor ieder volgend kind zelfs het dubbele van die boete. In Beijing verdiende een boerengezin in 2003 RMB 6496, dat is ongeveer 650 euro. De boete bedraagt dus voor een derde kind tussen de 3900 en 13000 euro. Dat mag dan overkomelijk lijken, maar het is nog wel steeds het volledige inkomen over vele jaren en komt bovenop de boete voor het tweede kind en andere sancties die getroffen worden. Feitelijk wordt het leven hierdoor vaak onmogelijk gemaakt.

In Zhejiang bedraagt de boete 4 tot 8 keer het jaarinkomen en voor ieder volgend kind eveneens het dubbele. Net zoals in Beijing is er geen maximale hoogte voor de boete. In het stadje Li Shui, in het Liandu district geldt dit eveneens. Het inkomen van een beoerengezin bedroeg daar in 2003 gemiddeld RMB 3400. Dat is nog geen 350 euro. De boete voor het derde kind zal dan tussen 2800 en 5600 euro bedragen, bovenop de boetes voor de andere zonder toestemming geboren kinderen.

Indien de boete niet wordt betaald, wordt een wettelijke rente (van 0,2 % per maand) geheven en er worden gerechtelijke executiemaatregelen getroffen (artikel 41 van de population and Family Planning Law).

In Beijing wordt normaliter geen hukou afgegeven indien de boete niet is betaald. Zonder hukou, kan het kind geen ID-card krijgen, kan het niet naar school, kan geen bankrekening openen, kan geen medische voorzieningen krijgen, kan zich niet verzekeren, kan geen paspoort krijgen, kan niet per vliegtuig reizen, etc... Bij nader onderzoek in Beijing blijken er scholen te zijn die toch kinderen accepteren zonder hukou. Alleen worden dan veel hogere schoolgelden gevraagd. Op het platteland bij Beijing blijkt het (volgens datzelfde onderzoek) makkelijker te zijn om niet-geregistreerde kinderen naar school te laten gaan, als men de schoolgelden maar betaalt.

Volgens de Population and Family Planning Law worden in aanvulling op de SBF ook andere administratieve sancties genomen door de overheid (als werkgever) en door de particuliere werkgever worden additionele disciplinaire boetes opgelegd. Ze moeten zelf de medische kosten dragen die gepaard gaan met de geboorte van het extra kind, ze mogen/kunnen zich hiertegen niet verzekeren, ze krijgen geen loondoorbetaling, ze worden gedegradeerd (met de daarbij horende financiële gevolgen), of zelfs ontslagen. Dit geldt in Beijing en in Zhejiang (de twee gebieden waar dit onderzoek plaatsvond).

In de beslissing van de Rechtbank (4 juni 2004) is intussen bepaald dat er wel degelijk sprake is van een "14/1 brief" procedure en een inmiddels aanhangig bezwaar.

Uitspraak van de Meervoudige Kamer van de Rechtbank Rotterdam (20 januari 2004):
Zie ook de afzonderlijke knop, voor de pagina met informatie over deze procedure.
Kortgezegd oordeelt de Rechtbank Rotterdam dat het beleid zoals dat gevoerd wordt niet redelijk is want niet duidelijk is hoe een vreemdeling kan aantonen dat er geen adequate opvang beschikbaar is. Daarenboven dient het oude beleid gerespecteerd te worden en dat houdt in dat wel degelijk nader onderzoek naar familie en verwanten had moeten plaatsvinden indien men tot intrekking dan wel niet verlengen van oude AMA-vtv's wilde overgaan. Inmiddels is door de IND hoger beroep ingesteld.
De zitting bij de Raad van State is gehouden op 6 mei 2004. Tijdens die zitting was er aandacht voor drie zaken: of er individuele aspecten aan de orde waren geweest waarom geen opvang kon worden geboden, hoe dat nou precies zit met het beleid (TBV 1996/1 en de tekst van de Vc), maar ook omtrent de vraag of er nou sprake was van een redelijke bewijslast. Al wilde de IND daar niet echt over beginnen, de Afdeling wilde dat wel. De uitspraak van 2 juni 2004 is dan weer teleurstellend, want niet alleen wordt geoordeeld dat de Rechtbank hierover niet mocht oordelen, want het beleid hoeft niet ambtshalve te worden getoetst, maar tevens wordt gesteld dat op generlei wijze zou zijn aangegeven waarom in concreto geen adequate opvang beschikbaar is.

Speciaal driejarenbeleid, IND-beslissing van 29 januari 2004:
In een zaak die ik van mr. C.J. van der Waarde in handen gespeeld kreeg, werd aan een Chinees, die voor eerst in 1991 asiel heeft aangevraagd, alsnog een verblijfsvergunning verleend met als doel: "bijzonder onvoorzien geval". Wel moet de aanvraag nog feitelijk worden ingediend, maar gelet op de brief ga ik ervan uit dat de aanvraag verder een formaliteit is (inmiddels is de positieve beschikking afgegeven: 69 Kb, pdf). In die zaak was beroep gedaan op het zogenaamde "roze brillenbeleid". Het blijkt dat middels (geheime) werkinstructies 107 en 113 er een verblijfsvergunning kon worden verleend indien er sprake was van een extern obstakel om terug te keren naar China. Dit speciale beleid is middels een herzieningsverzoek aangekaart, waarbij geweigerd is om een herhaald asielverzoek in te dienen, het betreft immers een (thans) reguliere verblijfsvergunning. In casu was door de asielzoeker middels brieven getracht om alsnog in het bezit te komen van identiteitsdocumenten en op één van die brieven was door de inwonersraad van het dorp gereageerd met de mededeling dat die papieren slechts in persoon kunnen worden aangevraagd (25 mei 2000). De persoon die dat voor hem wilde regelen stuurde deze verklaring met een begeleidende brief naar Nederland.

Volgens de IND gold het beleid van WI 113 alleen voor zij die nog niet uitgeprocedeerd waren op het moment vanuitkomen van WI 113. WI 192 maakte een eind aan WI 113 (per 19 januari 1999). In casu was het asielverzoek reeds per 2 juni 1993 zogenaamd in rechte onaantastbaar geworden. Op 10 december 1996 is een aanvraag ingediend voor klemmende redenen van humanitaire aard, welke aanvraag op 18 maart 1997 werd afgewezen. Op 17 december 2002 werd aan de IND verzocht om op die laatste beslissing terug te komen (herzieningsverzoek). Dit verzoek werd gebaseerd op die WI 107 en 113, zijnde een speciaal driejarenbeleid voor Chinezen die tussen 1 januari 1991 en 1 januari 1992 asiel hebben aangevraagd. Ook bleek dat dit speciaal beleid werd toegepast indien het Kort Geding destijds was ingetrokken of verloren, dus met een beroep het het gelijkheidsbeginsel ook voor deze zaak alsnog beroep op dat beleid.

De IND verwees nog naar de REK-uitspraak van 1 juni 1995, maar toen waren deze werkinstructies nog geheim, dus konden die daar niet bij betrokken worden. Het verzoek   werd gebaseerd op het feit dat de asielaanvraag was ingediend op 7 mei 1991, verband hield met oppositie-activiteiten en problemen van de zijde van de chinese overheid. Gesteld werd dat er recht bestond op een verblijfsvergunning per 20 december 1996.

In de zogenaamde concept minuut staat nader uitgelegd waarom hier de verblijfsvergunning mogelijk is verleend.

In een andere beslissing (brief van 30 januari 2004) is aan een Chinees gezin met kinderen, dat sinds mei 1994 in Nederland verbleef, ook een verblijfsvergunning verleend. Zij hadden een brief uit China van de lokale autoriteiten waaruit bleek dat ze niet terug konden, althans, waarin wordt aangegeven dat hun gegevens niet meer geregistreerd staan en dat men niet wil dat ze nog contact met hen opnemen.

Nieuwe lijn van beschikken door IND bij zeer jonge Chinese alleenstaanden:
Op respectievelijk 9 december 2003 (verzonden op 15 december 2003) en 23 december 2003, diezelfde dag verzonden, heeft de IND een nieuwe lijn gekozen voor de babies die door de Chinese alleenstaande moeder in de steek zijn gelaten: de nationaliteit staat niet vast.
In de beschikking van 9 december 2003 (134Kb, pdf) betreft het een kind dat geboren is op 20 maart 2003, waarbij wordt overwogen dat nu de nationaliteit van de ouders onbekend is, vader is onbekend en de nationaliteit van de moeder is kennelijk niet vastgesteld, geen onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst kan plaatsvinden, nu dat land onbekend is.
Van belang is thans dat in deze zaak er intussen een verblijfsvergunning voortgezet verblijf ligt (sinds mei 2005). Daartoe was een aanvraag ingediend op 4 mei 2004, in het kader van de verlenging van de verblijfsvergunning conform beschikking Minister. Nu ligt er een verblijfsvergunning die geldig is van 9 juli 2004 tot 9 juli 2009, op basis van voortgezet verblijf.

In de beschikking van 23 december 2003 (124Kb, pdf) betreft het een kind dat geboren is op 21 oktober 2002, dat reeds eerder in het bezit gesteld was van een verblijfsvergunning, maar waaraan een bijzondere voorwaarde werd verbonden, namelijk dat het NIDOS maar moest aantonen dat er geen sprake was van adequate opvang, hetgeen moest worden aangetoond voordat de verblijfsvergunning zou worden verlengd. In die beschikking werd nog uitgegaan van de Chinese nationaliteit, kennelijk op basis van de verklaringen van de moeder in het eerste gehoor en in het nader gehoor. Tegen die beschikking was bezwaar gemaakt, die voorwaarde was immers onacceptabel, welk bezwaar echter is afgewezen en waartegen thans beroep wordt overwogen. Het is immers merkwaardig om nu met een primaire beschikking te zitten die een voorwaarde stelt, welke voorwaarde zonder beroep in rechte onaantastbaar wordt, en een beschikking op verlenging, die thans uitgaat van de mogelijk onbekende nationaliteit, waardoor het "onmogelijk" wordt om onderzoek te doen naar de vraag of er thans sprake is van adequate opvang. Deze zaak loopt nog, maar gelet op de voorgaande, kan wellicht ook hier een voortgezet verblijf worden gerealiseerd.

Op 19 april 2005 stuurde de IND in een andere AMV-zaak, waarbij het kind eveneens in Nederland in de steek is gelaten door de ouder(s) een brief (22Kb, pdf) waarin een geheel andere suggestie wordt gedaan. Er kan voor situaties waarbij een kind aangewezen is op een in Nederland verblijvend persoon of orgaan, een aanvraag worden ingediend, beperking conform Minister, omdat in redelijkheid niet verwacht kan worden dat wordt teruggekeerd naar het land waarvan de nationaliteit wordt genoten. Het is mij onbekend welke nationaliteit hier aan de orde was, maar de creativiteit van de IND mag in deze niet verborgen blijven. Het biedt immers wellicht ook een uitweg voor andere gelijkaardige zaken.

Kennis IND tijdens hoorzitting inzake Chinese minderjarige asielzoekster:
Op maandag 1 december 2003 werd in Arnhem een hoorzitting gehouden ten aanzien van een voorheen minderjarige Chinese asielzoekster, waarvan de eerdere beslissing op bezwaar was vernietigd wegens schending van de hoorplicht (Rb Dordrecht, 21 oktober 2003, AWB 02/79222).
Tijdens deze hoorzitting kreeg ik eerst de gelegenheid het bezwaar toe te lichten. Ten einde niet in herhaling te vallen vroeg ik of ze alles, inclusief stukken uit het beroep en de behandeling bij de Rechtbank, gelezen hadden, antwoord "ja" en of ze op de hoogte waren van de laatste ontwikkelingen, antwoord "ja".
Toen ik vervolgens mijn betoog hield, kreeg ik de vraag of ik de stukken van het beroep waarnaar ik verwees op papier had staan, het bleek dat ze die niet hadden, ze bleken vervolgens ook niet de ontwikkelingen te kennen van de Afdeling, de enige uitspraak was die allereerste, ze hebben geen toegang tot internet, dus een verwijzing naar mijn website had geen zin... De MK-Haarlem zaak deed oren flapperen, en van een MK in Rotterdam leken ze al helemaal niet op de hoogte. Of ik dan alles maar wilde uitprinten en aan hen toesturen.
In het kader van de hoorzitting vond ik het gepast te vragen waar in het ambtsbericht nu feiten en omstandigheden worden aangehaald op basis waarvan geconcludeerd kon worden dat er ook in familie, vrienden- en kennissenkring, danwel door buurt en/of wijkcomité opvang kan worden geregeld. In het bijzonder was ik geïnteresseerd in de onderbouwing wat er tussen 1998 en nu gewijzigd was op basis waarvan men nu concludeerde dat er wel sprake is van adequate opvang. Men had het ambtsbericht niet bij de hand en men kon ook geen antwoord geven, dat zouden ze wel doen in de beschikking. Hiertegen heb ik geprotesteerd, want ik wil kunnen reageren op het antwoord. Uiteraard heb ik dit schriftelijk bevestigd.
Ik heb er toch wel moeite mee dat als een hoorzitting op deze wijze wordt voorbereid, dat men aan het begin zelfs zegt dat alles bekend en gelezen is, wat er dan nog van het in het bestuursrecht veel besproken en gekoesterde zorgvuldigheidsbeginsel over blijft.
Ik begrijp ook, maar dat weet ik slechts van derden, dat de IND-beslissers slechts mondjesmaat zelf informatie mogen vergaren (en dan alleen vanuit beschikbaar gestelde bronnen) en dat alles vanuit Den Haag wordt gedirigeerd. Dat zulks voor beleid wordt gedaan, kan ik nog enigszins begrijpen, maar dat dit ook gedaan wordt voor het vergaren van feiten, vind ik gelet op de taak die juist de IND hierin heeft volgens de Afdeling, ronduit een bedreiging voor de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Appelschrift inzake Chinese minderjarige asielzoekers:
Als uitgangspunt voor bestrijding van het ambtsbericht, op basis waarvan de Rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, kan het door mij opgestelde concept appelschrift (word, 102 Kb, laatst aangepast op 14 april 2004) worden gehanteerd. Controleer of in bezwaar en/of beroep voldoende argumenten zijn gehanteerd om de grieven een kans van slagen te geven. Benadruk zo mogelijk op welke punten de zaak afwijkt van degene die reeds aan de orde zijn geweest, want de Afdeling heeft de kennelijke neiging niet duidelijk te motiveren waarom zij zaken gelijkaardig vindt en doet vervolgens wel met verwijzing naar een eerdere zaak het hoger beroep af.
In dit appèlschrift komen aan bod, de gebreken van het ambtsbericht, de onredelijkheid van het gevoerde beleid, het schenden van de hoorplicht en argumenten aangaande afdoening in de AC-procedure.

Chinese minderjarige asielzoekers (definitieve versie: 14 september 2003):
PDF-formaat (202 Kb): informatie/Chinese_minderjarige_asielzoekers.pdf
24 pagina's kritiek op de ambtsberichten 2000, 2001 en 2003, alsmede het TBV-beleid.
Het in dit stuk genoemde rapport van Amnesty International is op hun website terug te vinden onder AI index ASA 17/052/2002, met als titel: "People's Republic of China, establishing the rule of law and respect for human rights: the need for institutional and legal reforms". Op pagina 7 en 8, onder punt 2.1 valt te lezen waarom de "Custody and Repatriation Centres" niet als adequate opvang aangemerkt kunnen worden.

Onderzoeksbericht Chinees Ministerie van Volksgezondheid (11 maart 2004):
PDF-formaat (43 Kb): informatie/ind_ambtsberichten/MinvGezondheidChina.pdf
Informatie over het geboortebewijs tot 1996 en daarna, hoe te verkrijgen.

Chinese AMA's en Kinderrechten, als aanvullende gronden:
PDF-formaat (1187 Kb): informatie/aanvullendegrondenIVRK.pdf

Pleitaantekeningen zitting 3 juni 2003 ivm Chinese AMA's (2 juni 2003):
PDF-formaat (90 Kb): informatie/chinezen_overzicht.pdf

Essay "Who is Who?" (22 mei 2003, engels):
PDF-formaat (71 Kb): informatie/essay_revised.pdf
Informatie aangaande identificatie/verificatie voor rechtspersonen en natuurlijke personen in China

Commentaar op ambtsbericht CHINA maart 2003 (13 mei 2003):
PDF-formaat (152 Kb): informatie/Commentaar_op_ambtsbericht_China_2003.pdf

Nadere reactie ivm opvang Chinese AMA's (5 mei 2003):
PDF-formaat (71 Kb): informatie/china_en_ama_opvang.pdf

Reactie op ambtsbericht CHINA ivm AMA's (juli/november 2001):
informatie/china_ama.htm
Tevens gepubliceerd op Vluchtweb, met de daarbij horende bijlagen

Andere stukken
Zoals werkinstructies, emails van Munro en Vermeer....etc

Deskundigheid aangaande China

Mr. M.A. Collet, als advocaat beëdigd op 7 november 1995 te Breda, thans werkzaam als advocaat bij het eigen kantoor Collet Advocaten Rotterdam, als odnerdeel van het netwerk Collet International Lawyers, is al die tijd al werkzaam in de vreemdelingenrechtelijke praktijk. Doordat voor de studie Nederlands recht ook nog een aantal jaren geneeskunde is gevolgd en tijdens de studie recht nog een tijdje gezondheidswetenschappen als tweede studie, is tevens ruime kennis genomen van fundamenteel wetenschappelijk en op statistische gegevens gebaseerd onderzoek.

De kennis aangaande China en de praktijk aldaar is gebaseerd op:

samenwerking met inmiddels diverse advocatenkantoren in China, waarvan Beijing een vaste waarde vormt sinds 2000,
uitwisseling en research met deze advocaten, waardoor steeds meer kennis wordt verkregen over de feitelijke situatie in China en met welke problemen rekening gehouden moet worden bij het uitwisselen van informatie, bij communicatie met Chinezen,
meerdere bezoeken aan China (Beijing, Shanghai, Suzhou, Kunming, Hongkong, Lijiang, Dali, Chongqing, Guangzhou, Harbin, Shenzen, Xi'an, Chengdu, Ningbo, Hangzhou, Fuzhou, Wenzhou en Jinping-county), laatstelijk in januari 2005
contacten met de Nederlandse vertegenwoordiging in China te Beijing, Shanghai en Kunming,
contacten met Save the Children in de Yunnan provincie en in Beijing,
contacten met de Chinese Ambassade in Den Haag en het personeel daarvan,
contacten met China Children and Teenagers' Fund,
contacten met diverse Chinese overheidsambtenaren (Chinees Ministerie van Buitenlandse Zaken, Burgemeester Kunming, Gouverneur en Vice-gouverneur Yunnan en hun medewerkers, Gouverneur en burgemeester Chongqing, diverse ambtenaren van social wellfare en van education in Jinping-county, Hong-He-prefectuur en Yunnan provincie, alsmede ex-overheidsambtenaren (onderwijs)),
talloze persoonlijke gesprekken met Chinezen in diverse steden en plaatsen,
studie van de chinese taal (2001-2005),
studie van de chinese cultuur en geografie,
studie van het chinees recht,
studie Law and Legal Practice in East Asia, van de EUR (voorjaar 2003),
mijn dagelijkse werkzaamheden als advocaat voor Chinese bedrijven in Nederland en omgekeerd, inclusief procesrechtelijke procedures in China en Nederland,
mijn dagelijkse werkzaamheden voor Chinezen in Nederland en China waarbij gemengde Chinees-Nederlandse privaatrechtelijke aspecten een rol spelen.

Als advocaat in Nederland reeds geruime tijd actief in familiezaken, naturalisatie- en immigratiezaken, contractenrecht en ondernemingsrecht tussen Chinese en Nederlandse (rechts)personen.

Via een eigen website probeer ik die kennis en informatie verder te delen met anderen, www.collet.nu/china.htm waarbij wel kan worden opgemerkt dat die site niet volledig en uitputtend is, simpelweg door tijdgebrek niet in staat alles weer meteen publicabel te maken.

Rotterdam, 19 september 2009